
Wetboek van Militair Strafrecht
Artikel 159
[1.] Hij die opzettelijk en wederrechtelijk een dier, dat ten behoeve van de krijgsmacht wordt gebruikt, doodt, mishandelt, voor de dienst ongeschikt maakt of wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
[2.] Indien hij het feit pleegt in tijd van oorlog wordt gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren opgelegd of geldboete van de vijfde categorie.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.